Home » De Bruiloft te Kana

 

De bruiloft in Kana

1 En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was daar.

2 En Jezus was ook voor de bruiloft uitgenodigd, en Zijn leerlingen.

3 En toen er een tekort aan wijn ontstond, zei de moeder van Jezus tegen Hem: Zij hebben geen wijn meer.

4 Jezus zei tegen haar: Vrouw, Wat aan Mij en aan u? Mijn uur is nog niet gekomen.

5 Zijn moeder zei tegen de dienaars: Wat Hij ook tegen u zal zeggen, doe het.

6 En daar waren zes stenen watervaten neergezet, volgens het reinigingsgebruik van de Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten.

7 Jezus zei tegen hen: Vul de watervaten met water. En zij vulden ze tot aan de rand.

8 En Hij zei tegen hen: Schep er nu iets uit en breng het naar de ceremoniemeester, en zij brachten het.

9 Toen nu de ceremoniemeester het water geproefd had, dat wijn geworden was – hij wist niet waar de wijn vandaan kwam, maar de dienaars die het water geschept hadden, wisten het – riep de ceremoniemeester de bruidegom. 10 En hij zei tegen hem: Iedereen zet eerst de goede wijn voor, en wanneer men er goed van gedronken heeft, daarna de mindere, u hebt de goede wijn tot nu bewaard.

11 Dit heeft Jezus gedaan als begin van de tekenen, te Kana in Galilea, en Hij heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem. De woorden begin van de tekenen geven aan dat dit het eerste van al de wonderen is die Jezus ooit in het openbaar verricht heeft, of het eerste dat Hij in Galilea gedaan heeft, zoals af te leiden valt uit Joh. 4:46,54. Een andere mogelijke vertaling is beginsel of grondpatroon.

12 Daarna ging Hij naar Kapernaüm, Hij, Zijn moeder, Zijn broeders en Zijn discipelen; en zij bleven daar niet veel dagen.

 Overweging

Na Zijn Doopsel in de Jordaan trekt Jezus de woestijn in om er Zijn Openbare Missie voor te bereiden. Na veertig dagen keert Hij terug, en weinige dagen later is Hij uitgenodigd op een bruiloft. Wanneer er op zeker ogenblik geen wijn meer is, nodigt Maria de bedienden uit om te doen wat Jezus hen zal zeggen. Zij weet dat Hij op Haar woord de aanwezigen uit hun nood zal redden, en Hij kan Haar verlangen niet weerstaan, omdat zich tussen Hen een mystieke versmelting uitwerkt, die voor altijd een doorstroming van Gods Genade naar de zielen toe mogelijk zal maken. Maria is te Kana al ten volle de Brug tussen Hemel en aarde, tussen God en de zielen, en God Zelf kiest de weg doorheen Haar Hart boven elke andere weg, omdat Zij het enige Kanaal is, dat de stroom van Gods genade niet kan verontreinigen.

 God kiest een schijnbaar wereldse gebeurtenis voor het eerste grote optreden van Zijn Messias ten overstaan van de zielen. Niettemin is te Kana oneindig veel méér aan de hand dan werelds ziende ogen zien en werelds voelende harten begrijpen. Jezus verandert water in wijn op een bruiloft, zo zien het de ogen aan de oppervlakte. In werkelijkheid gebeurt hier echter méér:

 Het leven van elke ziel op aarde is een voorbereiding op de bruiloft van deze ziel met God na dit leven. Het water kan gelden als een symbool voor de beproevingen en kruisen van de levensweg. Wijn is als het ware een Koninklijke drank, en bovendien een symbool voor het Bloed van Christus, het Bloed der Verlossing.

In Kana wordt vooraf-gebeeld hoe Maria, de Christus ertoe brengt, de beproevingen en kruisen van de zielen van goede wil – zielen die de bedoeling hebben, de bruiloft met God aan te gaan – te veranderen in de wijn van het bruiloftsmaal, of nog anders uitgedrukt: de beproevingen en kruisen van deze zielen te laten overvloeien in het Bloed dat de zielen heeft verlost, zodat deze laatsten in de ware zin van het woord hun leven voltooien als kleine medeverlossers. Zo transformeert God door tussenkomst van Maria de zielen op grond van hun toegewijde beproevingen in zielen in de toestand der verheerlijking.

 De Bruiloft te Kana herinnert ons eraan, dat de beproevingen en kruisen van ons leven geen overbodige ballast zijn, en dat wij ze niet mogen laten wegvloeien. Zij zijn de dragers van het water van Goddelijk Leven, dat wij in de kruiken van ons hart moeten bewaren, met andere woorden: met Liefde bekleed, klaar moeten houden voor elke komst van de Christus in ons hart. Wanneer de ziel een leven leidt van constante toewijding van haar beproevingen aan Maria, vult zij hierdoor de kruiken van haar hart met water van Goddelijk Leven, dat op Maria’s woord door God Zelf tot zijn volle uitwerking wordt gebracht. De Meesteres van alle zielen toont Zich hier dus als de Brug naar de voltrekking van de bruiloft van de ziel met God: de voltooiing van het ware levensdoel van elke ziel.

 Het Evangelie verhaalt hoe (niet zonder verbazing) tot de bruidegom werd gezegd dat hij de goede wijn tot het einde had bewaard. De wijn is niets voor niets een voorafbeelding van het Bloed van Christus, dat de Hemelse Bruiloft voor de zielen mogelijk moet maken. Bloed kunnen wij beschouwen als symbool voor verlossend lijden. Het Bloed van Christus was de beste wijn, omdat Zijn Offer, Zijn Lijden, het grootste van de hele Heilsgeschiedenis zou zijn, omdat het alomvattend was en de Verlossing moest ontsluiten voor alle zielen van alle tijden die werkelijk naar hun Verlossing zouden verlangen. God (de Bruidegom) heeft de goede wijn (het verlossend Bloed van Christus) tot het einde (het Nieuw Verbond) bewaard, en heeft de mensheid getoond dat Hij Maria, de Moeder, Middelares, Voorspreekster en Meesteres, als een vaste en onontbeerlijke schakel in de voltrekking van de Verlossing had voorzien, en dus als de Medeverlosseres.

 Vragen wij vandaag Maria om de genade dat Zij in ons de kracht, de moed en de wil levend moge houden, Haar onze beproevingen onophoudelijk ter beschikking te stellen, opdat Zij – die zozeer om ons welzijn bekommerd is – onze noden te hulp moge komen met de woorden: “De ziel heeft geen wijn meer”, met andere woorden: “De ziel verlangt naar heiliging, opdat zij haar Hemelse bruiloft moge kunnen voltrekken”. God ziet in deze woorden de vervulling van Zijn verlangen naar overgave van de ziel aan Zijn Wet, die de poorten van Zijn Schatkamer opent. De grootste wonderen voltrekt God in de ziel die zich vrijwillig in de volgende gouden ketting inschakelt:

 1. Liefdevolle toewijding van alle kruisen aan Maria.

2.Maria vormt en kneedt de ziel, en draait de sleutel in de poort der genaden om →

3. De beproevingen worden omgezet in grondstoffen voor Verlossing en heiliging →

4. Tussen de ziel en God wordt de bruiloft voltooid: het water van haar beproevingen (de regenbuien haar aardse leven) wordt omgezet in de wijn van Eeuwig Leven.

 Laten wij vandaag deze wonderen van Gods Liefde beschouwen, en de rol die de Meesteres van alle zielen in deze Hemelse processen speelt, en laten wij ervoor danken.

 Uitleg:

Jezus en Maria werden uitgenodigd voor een bruiloft en Jezus nam zijn broeders (neven), en leerlingen mee.

Als we dieper op ingaan wat de Joodse bruiloft nu eigenlijk inhoudt moeten we eigenlijk constateren dat zij de ere gasten waren op deze bruiloft.

Ten eerste: volgens de traditie wordt op de Joodse bruiloft De HEER, de God van Israël als getuige aangeroepen.

Nu weten we dat Jezus de Zoon van God is, het Vleesgeworden Woord van God, dus te voorzienigheid zorgde ervoor dat Jezus daar aanwezig was als de Zoon, als de Tweede persoon van de Heilige Drie-éénheid.

Een maaltijd met God heeft dus ook de betekenis dat God een verbond heeft met Zijn volk. Dus de eeuwige Bruilofsmaaltijd heeft de betekenis een eeuwigdurend verbond met de Drie-éénheid.

 Ten Tweede: De eregasten waren verantwoordelijk voor de maaltijd en de drank, daarom zei Maria tegen Jezus ‘de wijn is op’. Als verantwoordelijken moesten zij namelijk zorgen dat er genoeg te drinken en te eten was op de bruiloft.

 De Bruiloft te Kana herinnert ons er ook aan, dat de beproevingen en kruisen van ons leven geen overbodige ballast zijn, en dat wij ze niet mogen laten wegvloeien. Zij zijn de dragers van het water van Goddelijk Leven, dat wij in de kruiken van ons hart moeten bewaren, met andere woorden: met Liefde bekleed, klaar moeten houden voor elke komst van de Christus in ons hart en ziel.

 Wat is nu de betekenis van de derde dag:

In de Bijbel is de derde dag een beslissende dag. Het is de dag van een nieuw begin, van nieuw leven. En Jezus is op de derde dag Verrijzen.

In Hosea 6, 1-3 Hosea 6: 2 staat: Hij redt ons na twee dagen van de dood, de derde dag doet hij ons opstaan: in zijn nabijheid zullen wij leven.

 Jozef, lag twee dagen (jaren) in de kerker en naar de derde dag (jaren) werd hij bevrijd en verhoogd. (Gen.41; 1)

Letterlijk staat er: jaren van dagen.

 Abraham ontving zijn enige zoon (bij wijze van spreken) uit de doden terug... op de derde dag.

 De HEER daalde op de berg neer, ten aanschouwen van het volk Israël en onder luid bazuingeschal... op de derde dag.

 Esther krijgt de gouden scepter aangereikt... op de derde dag.

 Hizkia verschijnt als herboren in het huis van God... op de derde dag.

 Jona wordt door de grote vis uitgespuugd om alsnog zijn grote taak uit te voeren...op de derde dag.

 De bruiloft te Kana vond plaats op de derde dag.

 En als laatste, Jezus Christus Zelf, stond op, op de derde dag om ons een nieuw begin, een nieuw leven te geven. Namelijk het eeuwig leven.

 Zij hebben geen wijn.

Een Joodse bruiloft bestaat uit allerlei ceremonies en bij de ceremonie waar weer de zeven zegeningen worden uitgesproken over het bruidspaar en daarbij wordt ook een maaltijd en wijn uitgedeeld.

Nu was er tijdens deze maaltijd de wijn op en zo kon men de zeven zegeningen niet uitspreken en Jezus was als Eregast verantwoordelijk voor de wijn.

Maria merkte dit op en zei tot Jezus: Zij hebben geen wijn.

Jezus antwoorde met de woorden zoals letterlijk in de Schrift staat: Vrouw, wat is er voor Mij en voor u.? Nog is het uur van Mij niet gekomen. Deze uitdrukking klinkt in onze taal niet zo vriendelijk. Het ligt in onze taal heel dicht bij de uitdrukking: "Mens, bemoei je er niet mee..." Dit heeft Jezus zeer beslist niet bedoeld.

De diepere betekenis is namelijk het volgende: Deze woorden gebruikte Jezus als een normale uitdrukking die in de tijd gebruikelijk was, deze woorden wil eigenlijkgewoon zeggen: "Maak u geen zorgen, laat maar, Ik maak Mij ook geen zorgen, alles komt in orde."

'Vrouw'

Jezus zei tot Maria “Vrouw” om uit te drukken dat het was als dé Zoon van dé Vrouw dat Hij de kop van de slang zou verpletteren.

Hier wilde Hij een bewijs leveren dat Hij meer was dan gewoon de zoon van Maria, een vrouw die alle genodigden kenden; Hij noemde haar juist daarom “Vrouw” omdat Hij op het punt stond te handelen uit Kracht van Zijn Godheid, omdat Hij op het punt stond te scheppen of iets zijn essentie (Geestelijke kern, het wezenlijke)te veranderen, juist zoals Hij zich de Mensenzoon noemt, telkens als Hij over Zijn aanstaand lijden spreekt, en zonder dat dit afbreuk doet aan Zijn waardigheid. Hij handelt als de Tweede persoon, het Vleesgeworden Woord. Het scheppende Woord die schep en herstelt. Op zulke momenten waarop Jezus handelt als het Vleesgeworden Woord, wordt alles, door het feit dat het de naam krijgt die zijn essentie aangeeft, in waardigheid verheven; in de heiligheid van de handeling wordt het, doordat het bij Zijn essentiële Naam genoemd wordt, tot een speciale waardigheid, tot een soort ambt bevorderd. Maria is “dé Vrouw” die Hem gebaard heeft, en die haar Schepper herinnert dat er wijn nodig is voor Zijn schepselen, aan wie Hij Zijn hogere Waardigheid wil tonen; hier wil Hij tonen, niet dat Hij de zoon van Maria is, maar de Zoon van God. Toen Hij aan het Kruis stierf en Maria weende, zei Hij eveneens “Vrouw, zie daar uw zoon” terwijl Hij Johannes aanduidende.

 Door te wijzen op het ontbreken van de wijn, treedt Maria op als de voorspreekster en middelares.

 ‘Nog is het uur van Mij niet gekomen’

De wijn die Jezus wil schenken, is meer dan wijn in de gewone betekenis; alles had betrekking op het Mysterie van de wijn die Hij later zal veranderen in Zijn Bloed. Daarom zei Hij: “Nog is het uur van Mij niet gekomen.”, ten eerste, om de wijn te geven, en ten tweede water in wijn te veranderen, en ten derde, om te wijn in Zijn Bloed te veranderen.

Na Jezus antwoord was Maria niet meer ongerust voor de gasten van het bruidspaar; zij was nu gerust want zij had tot haar Zoon gebeden, en daarom ging zij aan de dienaars meedelen: “Al wat Hij tot u zegt, doet dat.”

 ‘Al wat Hij tot u zegt, doet dat.’

Dat kunnen we ons ook aanrekenen want Maria zegt dit ook tot ons. We behoren Gods Wil te doen. Wij hebben daarbij een voorspreeksters en bemiddelares, namelijk Maria, onze Moeder, Het is dan ook belangrijk om ons aan Maria toe te wijden. Maar ook het gebed is belangrijk.

 Dit is helemaal hetzelfde als wanneer de Bruid van Jezus, de Kerk (de Kerkgemeenschap) tot Hem bidt: “Heer uw priesters hebben geen wijn. En Jezus antwoord dan: “Kerk wees niet bezorgd mijn uur is nog niet gekomen”. 

En de Kerk dan tegen de priesters zegt: “Let op al Zijn wenken en bevelen, want helpen zal Hij u zeker.” En nog veel meer.

Water

Jezus zorgde niet gelijk voor wijn, maar er moest eerst water aan te past komen. Wat betekent dit eigenlijk:

Water betekent in die tijd het volgende: Jezus sprak niet slechts over water dat levend was, omdat het stromend water was, maar omdat het leven geeft en je in leven houdt. "Water" had voor de Joden ook een geestelijke betekenis. Het sloeg zowel op de Heilige Geest als op het Heil dat God geeft. Het was heilzaam en reinigend.

 Wij kunnen ook het water zien als een symbool voor de beproevingen en kruisen van onze levensweg, dit alles komt op onze levensweg om ons te heiligen, te reinigen.

 Wijn en bloed

Het water wordt veranderd in stilte, want Jezus wilde dit en het gebeurde.

Hemel en aarde werd ook in stilte geschapen, daarna sprak God pas. Want Zijn Wil is genoeg om te scheppen en te veranderen.

In het Oude Testament waren graan en wijn een teken van Gods zegen en overvloed aan Israël, zie Psalmtekst 104:15 dat zegt: “Wijn, die het hart van de mens verheugt, olie, die zijn gezicht doet glanzen, en brood, dat het hart (ziel) van de mens versterkt”.

Deze zuivere wijn heeft voor ons als symbool dat onze zielen zich verheugen in God dit omdat het een symbool is voor het Bloed van Christus, het Bloed der Verlossing. Het is nu de wijn van het bruiloftsmaal, of nog anders uitgedrukt: de beproevingen en kruisen van deze zielen te laten overvloeien in het Bloed dat de zielen heeft verlost, zodat wij zelf kleine medeverlossers worden.